Magie in de oranjerie

Met de Vrienden van Berbice willen we Cultuur (met een hoofdletter) weer terugbrengen op de buitenplaats… en zo gebeurde dat op een zondagmiddag in oktober met de onmisbare hulp van Franny. De oranjerie werd gestript van alles wat er even uit kon, en Franny koos voor een opstelling waarbij Sytse Buwalda en de luitist David van Ooijen naar de rozentuin keken, met het publiek in een halve cirkel om hen heen. Haar lievelingskleur is blauw, turquoise eigenlijk, dus dat kwam overal terug. In de zachte kussens en plaids in de vensterbanken, in de tafelkleden, in haar witblauwe serviesgoed en theepot en in de prachtige boeketten. Maar de hoofdmoot was natuurlijk het concert zelf.

De countertenor en luitist hadden een romantisch programma samengesteld: een proloog en een epiloog met daartussen twee “mini operaatjes”. Sytse Buwalda vertelde over zichzelf: “zoon van de bovenmeester in een klein dorp, dat viel niet mee…” en dat het die middag zou gaan over de liefde maar ook over het einde van de liefde: “Houdt u zakdoekjes bij de hand, het kan heftig worden. Misschien moeten we een schaaltje Prozac bij de uitgang neerzetten?” Hij lichtte toe hoe sommige liedteksten in elkaar zaten, en de luitist vertelde over de Lachrimae van John Dowland. Het lied Flow my tears, origineel gecomponeerd als een pavane voor een solo fluit, werd één van de meest populaire liederen van de 17e eeuw en is nog steeds een zeer geliefd werk voor luitisten.

Er zat een verhaallijn in het concert, van eerste kus naar verleidingstrucjes en daarna. Henry Purcell’s Twas within a furlong of Edinburgh town, over een meisje dat ondanks alle beloofde kadootjes niet toegeeft, of The sweet Nightingale een lied uit Cornwall over een jonge man die aanbiedt het valiesje van een aardig meisje te dragen zodat ze samen kunnen wandelen door de vallei waar de nachtegaal zo mooi zingt. “You shall hear the fond tale of the sweet Nightingale, as she sings in those valleys below.” Kan ik zelf wel dragen, mijn valiesje, zingt ze nuffig terug. Nou dan alleen maar even zitten, hier op de grasbank met primroses? Na dit couplet volgde een muzikaal interludium waarbij de luitist steeds iets sneller ging spelen…en ja hoor; “The couple agreed: They were married with speed, and soon to the church they did go. She was no more afraid for to walk in the shade, nor yet in those valleys below.”

En ach, zo’n prachtig lied als Come again van Dowland zit vol dubbele bodems; terwijl de minnaar in de tekst over dood en ellende praat, refereert hij voor de goede verstaander aan een heel ander avontuur. Maar het kan ook goed mis gaan in de liefde. Gebroken harten, melancholie, liefdesverdriet, In darkness let me dwell: Dowland en luit op hun zwartgalligst. Sytse Buwalda sloot af met de epiloog: Purcell’s Music for a while, want als alles hopeloos lijkt, is er toch de muziek nog. “Music for a while shall all your cares beguile: wondering how your pains were eased, and disdaining to be pleased.” Magie in de oranjerie…

MKH