Bericht van het Bestuur

Buitenplaats Berbice in Voorschoten en de voormalige Nederlandse kolonie Berbice, nu onderdeel van Guyana

Het zal niemand ontgaan zijn dat het slavernijverleden van Nederland de laatste tijd nadrukkelijk wordt belicht. Terecht, want het is een onderdeel van het Nederlands verleden, waar wij, mensen in deze tijd, met grote spijt op terug kijken. Onze buitenplaats in Voorschoten komt door zijn naam ‘Berbice’ daarbij ook aan de orde. Misschien heeft de Stichting tot Behoud van Cultuurhistorische Buitenplaatsen, Berbice, door deze naam een extra reden om een open oog te hebben voor deze gevoelig liggende kwestie. Natuurlijk nemen wij als stichting afstand van dat slavernijverleden dat ook verbonden is aan de naam Berbice, en dat doen wij als stichting door onze ogen niet te sluiten voor dat verleden.

In het boek Begeerlijk Berbice, De buitenplaats en haar bewoners (2014, Werkgroep Historisch Berbice) is beschreven dat die naam omstreeks 1822 door het echtpaar Staal-Kip aan de toenmalige buitenplaats Allemansgeest is gegeven. In dat jaar kochten zij de buitenplaats, maar Hendrik Staal overleed twee jaar later. Door de weduwe werd het huis een poosje verhuurd tot de nieuwe eigenaren zich in 1829 meldden. Het echtpaar Staal-Kip was afkomstig uit de Nederlandse kolonie Berbice, genoemd naar de rivier Berbice, thans gelegen in Guyana. Die kolonie bestond uit een honderdtal plantages, waar het zware werk werd uitgevoerd door tot slaaf gemaakten, stammend uit Afrika.

Het nationale slavernijverleden krijgt dit jaar veel aandacht. Over de slavenopstand van 1763 in kolonie Berbice is het boek verschenen Bloed in de Rivier van Marjoleine Kars. En ook het Rijksmuseum besteedt in een indrukwekkende overzichtstentoonstelling aandacht aan het Nederlandse slavernijverleden in zowel de West als de Oost. De datum van 1 juli, Keti-koti de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij, is van vele kanten belicht in diverse media. Steden als Amsterdam en Rotterdam, maar ook Hoorn, Utrecht en Groningen kijken met een opener blik voor het slavernijverleden naar hun geschiedenis. Dat ook Voorschotens verleden zich uitstrekte naar de koloniën was al langer bekend.

Sinds 2014 krijgen lezers van het boek over de buitenplaats en haar bewoners een duidelijk beeld van de banden tussen enkele buitenplaatseigenaren en de voormalige koloniën. Ook tijdens rondleidingen wordt hier voorlichting over gegeven. Een hoog percentage Nederlandse buitenplaatseigenaren had direct of indirect een verbinding met het slavernijverleden. Ons Nederlands verleden is verweven met het grotere geheel van de wereldgeschiedenis, en de rijken en regenten in de steden en de buitenplaatseigenaren buiten die steden behoorden vaak tot de categorie mensen met internationale en/of koloniale contacten.

Het doel van de Stichting tot Behoud van Cultuurhistorische Buitenplaatsen, Berbice, is de instandhouding van de gehele buitenplaats en het behoud van de cultuurhistorische waarden op de buitenplaats voor toekomstige generaties. Sinds het overlijden van de laatste bewoonster Mej. Begeer is de zorg voor dit tastbare en het immateriële erfgoed in handen van Bestuur en vrijwilligers. Vorig jaar werd besloten om samen met het bestuur van de Vrienden van Berbice in één of meerdere lezingen voor de vrijwilligers, voor de Vrienden en belangstellenden in Voorschoten aandacht te besteden aan het koloniale verleden en speciaal dat in de kolonie Berbice. Door Corona kon dat helaas geen doorgang vinden. Afgelopen maand is in de Nieuwsbrief aan de Vrienden opnieuw de lezing aangekondigd in de hoop dat het dit jaar wel kan.

De Stichting neemt afstand van het slavernijverleden verbonden aan Berbice, waarbij het bestuur ervan uit gaat dat de naam van de voormalige kolonie Berbice op zich niet aanstootgevend is, en ons in heden en toekomst helpt een open oog te houden voor het verleden. Het bestuur doet dat laatste door het verleden juist niet te verbergen maar te beschrijven -zoals in het boek over de buitenplaats- door rondleidingen te geven en de verhalen te vertellen, en door later in dit jaar met een lezing specifiek aandacht te gaan geven aan dit aspect in de ruim drie eeuwenoude geschiedenis van deze Voorschotense buitenplaats.